Autisme en de microbiota

 
Er is inmiddels genoeg bewijs verzameld wat aantoond dat er een link bestaat tussen de microbiota en de hersenen, de zogenaamde “gut-brain axis” of, in goed Nederlands, de darm-hersen as. De microbiota samenstelling kan daarmee direct een rol spelen bij iemands geestelijke gesteldheid. Maar dat niet alleen.  Ook bij aandoeningen zoals MS en autisme (Autisme Spectrum Stoornis, ASS) blijkt de microbiota een rol te spelen. Hier gaan we wat verder in op wat we momenteel weten over de relatie tussen de microbiota en autisme.
 
Autisme
Typische kenmerken van mensen met autisme zijn een verstoorde communicatie en gebrekkige of afwijkende sociale interactie. Ze hebben vaak een beperkte aandachtsfeer en vertonen specifieke gedragingen zoals sterk herhaalde bewegingen. Autisme is een multifactoriële aandoening. Dat betekent zoveel als dat er niet een enkele aanwijsbare oorzaak voor is. Het is aannemelijk dat verschillende genen hierbij een rol spelen [1]. Daarnaast spelen waarschijnlijk nog vele andere, niet genetische factoren een rol die allemaal een andere uitwerking kunnen hebben. Dit uit zich in de vele verschillende vormen waarin autisme kan voorkomen. Door deze heterogeniteit van de aandoening is veel onderzoek tegenwoordig gericht op groepen van mensen met overeenkomstige eigenschappen van autisme, waarbij darmklachten een onderscheidende factor is.
 
Autisme en de microbiota
Afbeeldingsresultaat voor autisme microbiota

Het is opvallend dat mensen met autisme bovengemiddeld vaak last hebben van darmklachten zoals constipatie of diarrhea, opgeblazen gevoel, bovenmatige winderigheid en buikpijn [2, 3]. Constipatie lijkt daarbij het meest voor te komen [4]. Ook lijkt er een verband te bestaan tussen de mate van autisme en de ernst van de darmklachten [5]. Ondanks dat we nog niet precies weten wat nu precies de rol is van de microbiota bij autisme zien we wel een aantal opvallende verschijnselen. Een verhoogde darmpermeabiliteit komt bijvoorbeeld vaker voor bij mensen met autisme dan gemiddeld (37% tegenover bijna 5%). Mensen met een verhoogde darmpermeabiliteit lopen een verhoogd risico op ontstekingen en blootstelling aan toxische stoffen uit de omgeving, wat ook als mogelijke oorzaken worden gezien. 
 
Een belangrijke oorzaak van verhoogde darmpermeabiliteit is een afwijking van de microbiota samenstelling, ook wel aangeduid als dysbiose. Dysbiose wordt in verband gebracht met veel aandoeningen zoals diabetes (zowel type I als II), obesitas, chronische darmontsteking en diverse neurologische aandoeningen zoals MS. Hierbij speelt nog steeds de vraag wat oorzaak en wat gevolg is. Wat inmiddels wel bekend was is dat het ontstaan van regressief autisme, waarbij het kind zich aanvankelijk normaal lijkt te ontwikkelen, vaak geassocieerd werd met herhaalde antibioticum behandelingen, gepaard gaand met darmklachten en een beschadigde darmwand.
 
Clostridium
In eerste instantie werd verondersteld dat toxine (gifstoffen) producerende Clostridium bacteriën de veroorzakers zouden kunnen zijn. Dit is niet zo’n vreemde gedachte. Darmwand beschadiging leidt tot darmpermeabiliteit. Toxines kunnen dan makkelijk naar buiten lekken en allerlei vervelende gevolgen hebben. Bekende Clostridium soorten die toxines produceren zijn bijvoorbeeld C. tetani (veroorzaker van tetanus), C. perfringens, C. botulinum, C. histolyticum en C. difficile. Deze hypothese werd nog versterkt door een onderzoek van Sandler en collega’s [6] waarin de onderzoekers lieten zien dat een behandeling met een antibioticum, waarvan bekend was dat het effectief was tegen Clostridia, bij kinderen met regressief autisme een (tijdelijke) afname van specifieke autisme gerelateerde symptomen tot gevolg had. Vele studies sinds die tijd ondersteunen de betrokkenheid van Clostridia bij autisme, hoewel het nog niet echt duidelijk is om welke soorten het nu precies gaat.
 
Sutterella, Desulfovibrio en andere soorten
Verschillende studies laten een verhoging zien van de hoeveelheid Sutterella bacteriën bij patiënten met autisme in combinatie met darmklachten in vergelijking tot patiënten met darmklachten zonder autisme [7, 8]. Hoe deze bacterie een rol speelt is nog niet duidelijk, maar ze behoort wel tot de groep van Betaproteobacteriën. Hiertoe behoren ook bekende pathogenen als Neisseria gonorrhoeae en meningitidis, Bordetella pertussis en Burkholderia cepacia. Ook Desulfovibrio soorten zijn wel in verband gebracht met autisme [9]. Hogere waargenomen niveaus van bijvoorbeeld Akkermansia muciniphila en Faecalibacterium prausnitzii [8, 10] zijn waarschijnlijk meer toevallig, want beide bacteriën worden over het algemeen gezien als markers van een gezonde microbiota.
 
Voorgestelde werkingsmechanismen
Zoals hierboven beschreven speelt dysbiose bij veel autisme gevallen een rol. Dit leidt in een groot aantal gevallen ook tot een toename van de darmpermeabiliteit wat ook wel wordt aangeduid als “leaky gut”. Hierdoor kunnen allerlei door bacteriën geproduceerde metabolieten zoals toxines, maar ook fenolen de darm verlaten en schade toebrengen. Dit kan zijn door aantasting van het immuunsysteem of door specifieke effecten op zenuwen [11]. Opvallend is bijvoorbeeld dat in het algemeen een verhoogde hoeveelheid fenol derivaten wordt aangetroffen in de feces van kinderen met autisme [10, 12, 13].  Een typisch fenol derivaat, p-cresol, wordt gemaakt door Clostridium soorten en hiervan wordt aangenomen dat het de mate van autisme symptomen en darmklachten kan verergeren. Gek genoeg kunnen ook korte-keten vetzuren, die normaal gesproken als gezondheidbevorderende producten gezien worden, een rol spelen bij autisme. Met name een overmaat aan propionaat zou daarbij een rol spelen [14]. Ook andere afwijkingen in het darmmetabolisme kunnen een rol spelen zoals een afwijkende regulering van vrije aminozuren [10, 15, 16].
Het afgelopen jaar zijn er twee goede overzichten verschenen over de huidige stand van onderzoek over microbiota en autisme [17, 18]. Daarin kun je alles wat hier staat nog wat uitgebreider lezen.
 
 
Microbiota management als therapie
Het is duidelijk dat het hier een complex gebied betreft waarin het eenvoudig is om vals positieven te identificeren, dat wil zeggen bacteriën die bij autisme verhoogd zijn, maar wat geen verband houdt met de aandoening zelf. Het vele onderzoek van de afgelopen jaren toont echter wel aan dat er wel degelijk een verband is en de onderzoeken die nog gaande zijn zullen hierover hopelijk nog meer inzicht verschaffen.
Verhogen van bepaalde soorten, of het beter in evenwicht brengen van de microbiota zou een volgende stap kunnen zijn in de behandeling van bepaalde symptomen van autisme. Een voorbeeld hiervan kwam ter sprake tijdens een recent congres, waarbij een moeder met twee autistische kinderen een van de twee vanwege darmklachten gedurende een aantal weken een mix van probiotische bacteriën gaf (Bifidobacteriën en Lactobacillen). Dit bleek niet alleen de darmklachten te verminderen maar ook een aantal symptomen van autisme. Met name een bepaald repetitieve gedragsvorm nam sterk af, en ook was er een verbetering te merken in het sociale gedrag.
Dit soort berichten laat zien dat er voor verschillende vormen van autisme, waarbij darmklachten een rol spelen, microbiota gerichte behandelingen een nieuw alternatief kunnen bieden in de behandeling van autisme symptomen.
 
 
Is bij jou autisme gediagnostiseerd? Dan ben je mogelijk geïnteresseerd in de samenstelling van je eigen microbiota. Zie hoe je ervoor staat en kijk of het mogelijk is om met behulp van voeding of probiotica veranderingen aan te brengen en kijk hoe dit van invloed is op je gezondheidstoestand!
 

Bestel hier

 

Verder lezen:

Wil je nog wat verder lezen? Alle referenties uit de tekst hierboven staan in de lijst hieronder. Ook zijn er het afgelopen jaar twee goede overzichten verschenen over de huidige stand van zaken met betrekking tot het onderzoek over de relatie tussen de microbiota samenstelling en autisme [17, 18]. Daarin kun je alles wat hier staat nog wat uitgebreider lezen.
 

  1. DiCicco-Bloom, E., et al., The developmental neurobiology of autism spectrum disorder. J Neurosci, 2006. 26(26): p. 6897-906.
  2. Wang, L., et al., Low relative abundances of the mucolytic bacterium Akkermansia muciniphila and Bifidobacterium spp. in feces of children with autism. Appl Environ Microbiol, 2011. 77(18): p. 6718-21.
  3. Chaidez, V., R.L. Hansen, and I. Hertz-Picciotto, Gastrointestinal problems in children with autism, developmental delays or typical development. J Autism Dev Disord, 2014. 44(5): p. 1117-27.
  4. Gorrindo, P., et al., Gastrointestinal dysfunction in autism: parental report, clinical evaluation, and associated factors. Autism Res, 2012. 5(2): p. 101-8.
  5. Adams, J.B., et al., Gastrointestinal flora and gastrointestinal status in children with autism--comparisons to typical children and correlation with autism severity. BMC Gastroenterol, 2011. 11: p. 22.
  6. Sandler, R.H., et al., Short-term benefit from oral vancomycin treatment of regressive-onset autism. J Child Neurol, 2000. 15(7): p. 429-35.
  7. Williams, B.L., et al., Application of novel PCR-based methods for detection, quantitation, and phylogenetic characterization of Sutterella species in intestinal biopsy samples from children with autism and gastrointestinal disturbances. MBio, 2012. 3(1).
  8. Kang, D.W., et al., Reduced incidence of Prevotella and other fermenters in intestinal microflora of autistic children. PLoS One, 2013. 8(7): p. e68322.
  9. Finegold, S.M., et al., Pyrosequencing study of fecal microflora of autistic and control children. Anaerobe, 2010. 16(4): p. 444-53.
  10. De Angelis, M., et al., Fecal microbiota and metabolome of children with autism and pervasive developmental disorder not otherwise specified. PLoS One, 2013. 8(10): p. e76993.
  11. Finegold, S.M., et al., Gastrointestinal microflora studies in late-onset autism. Clin Infect Dis, 2002. 35(Suppl 1): p. S6-s16.
  12. Gabriele, S., et al., Urinary p-cresol is elevated in young French children with autism spectrum disorder: a replication study. Biomarkers, 2014. 19(6): p. 463-70.
  13. Persico, A.M. and V. Napolioni, Urinary p-cresol in autism spectrum disorder. Neurotoxicol Teratol, 2013. 36: p. 82-90.
  14. Macfabe, D.F., Short-chain fatty acid fermentation products of the gut microbiome: implications in autism spectrum disorders. Microb Ecol Health Dis, 2012. 23.
  15. Shimmura, C., et al., Alteration of plasma glutamate and glutamine levels in children with high-functioning autism. PLoS One, 2011. 6(10): p. e25340.
  16. Ming, X., et al., Metabolic perturbance in autism spectrum disorders: a metabolomics study. J Proteome Res, 2012. 11(12): p. 5856-62.
  17. Ding, H.T., Y. Taur, and J.T. Walkup, Gut Microbiota and Autism: Key Concepts and Findings. J Autism Dev Disord, 2017. 47(2): p. 480-489.
  18. Li, Q., et al., The Gut Microbiota and Autism Spectrum Disorders. Front Cell Neurosci, 2017. 11: p. 120.
     
Bestel nu
Foto Foto Foto Foto Foto Foto Foto Foto Foto Foto Foto Foto