De Microbiota

“Heel de wereld is bedekt met een laagje micro-organismen. Ze krioelen in de oceanen, ze dwarrelen door de lucht en hoe vaak we ons ook douchen of de sauna bezoeken, ons lichaam blijft bevolkt. Dat is niet erg, want de overgrote meerderheid van de micro-organismen die we bij ons dragen, is onschadelijk. Sterker nog: ze maken zich zeer verdienstelijk. Op al onze lichaamsoppervlakken en in onze darmen vormen ze populaties die ons lichaam helpen te onderhouden en beschermen. De duizenden bacteriesoorten die leven op ons lichaam vormen een heus ecosysteem van grazers, roofdieren en aaseters.”

Wat is de Microbiota?

De microbiota is een verzameling van micro-organismen die we aantreffen op onze huid, in onze mond, in onze oren, in onze darmen en zelfs in onze longen, kortom op alle oppervlaktes die met de buitenwereld in contact komen. De term microbiota komt op naam van de microbioloog Joshua Lederberg, winnaar van de Nobelprijs voor Fysiologie en Medicijnen in 1958, die het belang inzag van al deze micro-organismen in gezondheid en ziekte. Een ander veelgebruikte term is microflora, maar omdat het eigenlijk niet om plantjes gaat is de aanduiding microbiota beter. Ook moeten we het niet verwarren met de term microbioom, want dat is, naar analogie van het genoom, de verzameling van alle genen van onze microbiota. De microbiota dus, bestaat uit bacteriën, schimmels, gisten en andere kleine, meestal eencellige organismen. De overgrote meerderheid is echter de bacteriën. De analyse van MyMicroZoo geeft inzicht in de baceriepopulatie door middel van een geavanceerde 16S rRNA analyse. Dus daar waar we vanaf nu praten over de microbiota hebben we het uitsluitend over de bacteriepopulatie.

 

De eerste mens die deze micro-organismen zag was Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723), een zakenman uit Delft met een passie voor lenzen. Hij ontwikkelde de eerste microscoop waarmee hij voorwerpen tot 300 x kon vergroten, groot genoeg om bacteriën die minder dan 1 micrometer (1- miljoenste meter of 1-duizendste centimeter) zichtbaar te maken. Van Leeuwenhoek kwam erachter dat hij deze micro-organismen, die hij animalcules of kleine beestjes noemde, voorkwamen in bijna alles wat hij onder zijn microscoop bekeek; speeksel, poepdeeltjes, watermonsters, noem maar op! Hij beschreef wat hij zag in wetenschappelijke tijdschriften en was daarmee de grondlegger van de microbiologie.

 

 

 

De microbiota in cijfers.

De darm-microbiota bevat naar schatting 1014 (100.000.000.000.000!) bacteriën. Dit is meer dan 1000x zoveel als er mensen rondlopen op aarde. Om het in een adner licht te zetten kunnen wij ook ons DNA vergelijken met dat van al onze darmbacteriën. Alle bacteriën die je met je meedraagt hebben net als wij DNA wat opgebouwd is uit genen. Als wij DNA als een kookboek zien, dan zijn de genen de recepten die ons lichaam nodig heeft om te functioneren. Voor bacteriën geldt precies hetzelfde; zij hebben hun genen nodig om te leven én die genen helpen ook ons lichaam met recepten die ons lichaam zelf niet heeft maar die wel essentieel zijn. 

Het is niet zo gek dat bacteriën genen met zich meedragen die wij als mensen niet hebben: Al het DNA van de bacteriën die je met je meedraagt (jouw microbioom) bevatten samen wel 3.000.000 verschillende genen. Wij als mensen hebben maar 23.000 genen. Onze bacteriën hebben dus wel 130x zoveel genen (recepten) als dat wij hebben!  

Ieder mens heeft ongeveer heeft hiervan ongeveer 400 tot 600 verschillende soorten (hoewel de schattingen hierover uiteenlopen). Welke dit zijn verschilt per persoon en is onder andere afhankelijk van de bacteriën die we binnenkrijgen en onze genetische aanleg. Zo’n 30 soorten bacteriën wordt bij iedereen aangetroffen en wordt ook wel aangeduid als de kernmicrobiota.

 

Hoe ontstaat de microbiota?

Het eerste contact met bacteriën vindt plaats tijdens de geboorte (hoewel uit sommige onderzoeken blijkt dat er ook al in de baarmoeder bacteriën voorkomen), als de baby via de vagina het moederlichaam verlaat. Daar bevinden zich veel verschillende soorten bacteriën die nu ook op en in het pasgeboren kind terecht komen. Vervolgens komt de pasgeboren baby in contact met de huid van de moeder waar zich ook een grote variatie van bacteriën bevindt. De eerste ronde van “besmetting” vindt zijn voltooiing als de baby de eerste borstvoeding krijgt.

Lang werd gedacht dat moedermelk steriel was, maar tegenwoordig weten we dat dit een rijke bron is van veel soorten bacteriën, met name streptococcen, melkzuurbacteriën (lactobacillen) en bifidobacteriën, die we dan ook in groten getale in de darmen van de baby terug kunnen vinden. Moedermelk van mensen bevat speciale suikerketens (polysacchariden) die niet in bijvoorbeeld koemelk voorkomen. Deze polysacchariden zijn een soort supervoedsel voor een type bacterie, Bifidobacterium infantis, die dan ook veel in de darmen van kinderen die borstvoeding krijgen wordt aangetroffen.

Kleine kinderen hebben de neiging hun omgeving te verkennen met hun mond. Alles wordt geproefd en gelikt en zo komen nieuwe bacteriën naar binnen. Als kinderen overgaan op vast voedsel komen ze in aanraking met weer andere bacteriën en dit heeft ook invloed op de bacteriën die daar al aanwezig waren en nu andere soorten voeding krijgen. Hierdoor kunnen sommige bacteriën beter groeien en andere weer wat minder. Bifidobacterium infantis verdwijnt zo langzaam uit de darmen en wordt bij de meeste volwassenen dan ook niet meer aangetroffen.

Een andere factor die een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van onze microbiota is genetische aanleg. Hierdoor wordt voor een deel bepaald welke bacteriën wel in onze darmen gehandhaafd worden en welke niet. Hierdoor ontstaat een microbiota die, met uitzondering van zo’n 30 soorten die bij ieder mens voorkomen, uniek is voor elk persoon.

Zo rond het tweede en derde levensjaar ontstaat een min of meer volwassen microbiota waarvan de samenstelling gedurende een lange periode van het leven constant blijft. Alleen op oudere leeftijd neemt het aantal soorten bacteriën in onze darmen weer langzaam af.

Hoe ontstaat de microbiota?

Het eerste contact met bacteriën vindt plaats tijdens de geboorte (hoewel uit sommige onderzoeken blijkt dat er ook al in de baarmoeder bacteriën voorkomen), als de baby via de vagina het moederlichaam verlaat. Daar bevinden zich veel verschillende soorten bacteriën die nu ook op en in het pasgeboren kind terecht komen. Vervolgens komt de pasgeboren baby in contact met de huid van de moeder waar zich ook een grote variatie van bacteriën bevindt. De eerste ronde van “besmetting” vindt zijn voltooiing als de baby de eerste borstvoeding krijgt.

Lang werd gedacht dat moedermelk steriel was, maar tegenwoordig weten we dat dit een rijke bron is van veel soorten bacteriën, met name streptococcen, melkzuurbacteriën (lactobacillen) en bifidobacteriën, die we dan ook in groten getale in de darmen van de baby terug kunnen vinden. Moedermelk van mensen bevat speciale suikerketens (polysacchariden) die niet in bijvoorbeeld koemelk voorkomen. Deze polysacchariden zijn een soort supervoedsel voor een type bacterie, Bifidobacterium infantis, die dan ook veel in de darmen van kinderen die borstvoeding krijgen wordt aangetroffen.

Kleine kinderen hebben de neiging hun omgeving te verkennen met hun mond. Alles wordt geproefd en gelikt en zo komen nieuwe bacteriën naar binnen. Als kinderen overgaan op vast voedsel komen ze in aanraking met weer andere bacteriën en dit heeft ook invloed op de bacteriën die daar al aanwezig waren en nu andere soorten voeding krijgen. Hierdoor kunnen sommige bacteriën beter groeien en andere weer wat minder. Bifidobacterium infantis verdwijnt zo langzaam uit de darmen en wordt bij de meeste volwassenen dan ook niet meer aangetroffen.

Een andere factor die een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van onze microbiota is genetische aanleg. Hierdoor wordt voor een deel bepaald welke bacteriën wel in onze darmen gehandhaafd worden en welke niet. Hierdoor ontstaat een microbiota die, met uitzondering van zo’n 30 soorten die bij ieder mens voorkomen, uniek is voor elk persoon.

Zo rond het tweede en derde levensjaar ontstaat een min of meer volwassen microbiota waarvan de samenstelling gedurende een lange periode van het leven constant blijft. Alleen op oudere leeftijd neemt het aantal soorten bacteriën in onze darmen weer langzaam af.

Hoe ziet een gezonde microbiota eruit?

Naast de ongeveer 30 tot 50 soorten die we bij ieder persoon tegenkomen zijn er nog enkele honderden andere soorten die per persoon kunnen verschillen. Onderling verschilt het microbioom van mensen dus erg veel! Hierdoor is het lastig om van gezonde mensen een gemiddelde te nemen en dit het gezonde darmmicrobioom te noemen.

 

De wetenschap is hard bezig om te onderzoeken welke bacteriesoort, -groepen of -combinaties bij een gezonde levensstijl (of juist bij een specifieke ziekte) voorkomen. Hierdoor weten wij wel dat er sommige soorten zijn die je liever niet terugvindt het in je microbioom. Toch kunnen wij wel iets zeggen over de gezondheid van een darmmicrobioom. Hierbij kijken wij als eerste naar de diversiteit.

 

Diversiteit

Waarom is een hoge diversiteit belangrijk? In de regel kunnen wij stellen dat een hogere diversiteit duidt op een weerbaarder microbioom wat in balans is. Een goede balans tussen de bacteriën onderling zorgt er bijvoorbeeld voor dat er geen overschot ontstaat van potentieel voor de darm schadelijke stoffen of een tekort van nuttige stoffen zoals butyraat. Zodra deze balans verstoord raakt spreken we van dysbiose wat zich uit in een verlaging van de diversiteit.

Je kunt dit vergelijken met een bos. Een bos met heel veel soorten bomen zal bij een ziekte nog genoeg soorten bomen overhouden die resistent tegen deze ziekte waren. Als het bos maar een aantal soorten telt is de kans groter dat bij een ziekte er geen boom meer overblijft! Hetzelfde geldt voor je darmbacteriën; Als er een bacterie uitvalt of minder wordt dan heb je bij hoge diversiteit een goede kans dat er ander bacteriesoorten aanwezig zijn die de functie van deze bacterie kan overnemen. Hierdoor is de balans van jouw microbioom minimaal verstoord. Bij mensen met een lage diversiteit kan een invloed van buiten  het microbioom uit evenwicht brengen; er zijn dan niet genoeg soorten die alle benodigde rollen kunnen vervullen. Dit kan resulteren in een breed scala van klachten.

 

Hoe bepalen wij de diversiteit van jouw microbioom? Dot doen wij door naar twee parameters te kijken:  hoeveel soorten bacteriën er gevonden zijn en in welke verhoudingen deze soorten gevonden zijn. Dus hoe meer bacteriën je hebt en hoe gelijkmatiger deze voorkomen, des te hoger je diversiteitsscore.

Deze score geeft aan hoe divers jouw microbioom is. Een score onder de 3 is zeer laag en van 3 tot 4,5 is lager dan ideaal. De meeste gezonde mensen scoren tussen de 4,5 en 6.

 

Check je eigen microbioom! 

Ben je nu benieuwd hoe het zit met jouw diversiteitsscore? Of hoe jij scoort voor de ongewenste baceriën? Neem dan nu een kijkje in eingen microbioom met onze testkit! Bestel hem nu.

Welke resultaten krijg ik en wat kan ik ermee?

Zodra jij je resultaten hebt ontvangen krijg je inzicht in je eigen microbioom. Het interpreteren van het microbioom is niet eenvoudig en de resultaten zijn zeer afhankelijk van levensstijl en voeding. In een aflevering van Dokters van Morgen spreekt microbioom en wetenschappelijk directeur van MyMicroZoo Jos Seegers over de test en de interpretatie van de resultaten.

 

Ben je benieuwd naar wat het microbioom is en hoe je de resultaten van een darmbacterietest kan interpreteren? Kijk dan de aflevering terug!

 

Kijk de aflevering  hier terug! 

KvK nummer: 65867637

Deze website maakt gebruik van essentiƫle cookies om de werking te garanderen. Om onze website verder te optimaliseren verzoeken wij u het gebruik van alle cookies te accepteren.

Meer informatie